Aspectontwikkeling

 

26.1
bladzijde 1 van 7

 

De aspectenleer van Thierens

Na deze algemene inleiding over "Het aspect" beschikken we nu over de basis, waarop we de ontwikkeling binnen een reeks opeenvolgende aspecten inhoudelijk kunnen bespreken.

De eerste stappen op dit pad werden gezet door A.E.Thierens. Thierens was een oud-zeekapitein en bestudeerder van de theosofie. Eenmaal aan wal richtte hij in het begin van de 20e eeuw, samen met enkele anderen, het Nederlands Astrologisch Genootschap op en in tal van publicaties zette hij zijn vernieuwende en intuïtieve inzichten omtrent mens en cosmos op schrift. Het is zijn grote verdienste geweest, dat hij de aspecten voor het eerst in een onderling samenhangend, dynamisch verband heeft geplaatst, door ze te beschouwen als een reeks van opeenvolgende stadia in een proces van bewustwording. (*) Deze visie werd later door Knegt mathematisch onderbouwd. (25.5)

In de dertiger jaren van de vorige eeuw werkten een aantal vooraanstaande astrologen deze visie verder uit. Onder hen kreeg vooral Th.J.J.Ram grote faam.

 

Kracht en weerstand

Van de twee planeten die samen een aspect vormen, is er één steeds de snellere en de ander de langzamere. In dit snelheidsverschil vond Thierens een aanknopingspunt voor het persoonlijk ontwikkelingsgegeven in een horoscoop. Want een kracht kan alleen een uitwerking hebben als hij ook een weerstand als aangrijpingspunt heeft.

Thierens vatte nu de snellere planeet op als kracht en de langzamere als weerstand. In zijn visie ontwikkelt de snellere planeet zich aan de langzamere, doordat deze laatste als aangrijpingspunt, als weerstand dient voor de snellere als kracht. Met andere woorden: in de weerstand krijgt de kracht een "pièce de résistance" waarop deze zijn actie kan ontwikkelen.

 

Maan reactie

In deze visie worden de uitwerkingen van een aspect opgevat als een re-actie van de kracht op het aangrijpingspunt. Als reactie vallen de aspecten dan ook onder het beheer van de Maan (9.1, 21.3, 22.7). Snijders zegt hierover dat psychologisch gesproken alle krachten op de uitgaande boog naar buiten worden geprojecteerd en dat door hun wisselwerking met personen of omstandigheden de innerlijke kracht naar buiten wordt getrokken (*). De stand van de Maan in de horoscoop geeft dan een nadere aanduiding van het grondpatroon dat in die persoonlijke projectie en reactie te herkennen valt.

In de reeks van majeure aspecten (25.5.a) evolueert de kracht zo langs de omtrek en komt het Ik zich, naarmate de kracht de opeenvolgende aspectvormen langs de boog uitwerkt (25.5.a), tot ik-besef.

 

De snelste en de langzaamste

Voor de maan zelf betekent dit dat zij, als snelste van de horoscoopfactoren, nooit een weerstand voor een andere planeet zal zijn. Met andere woorden: in deze visie is de Maan nooit een aangrijpingspunt, maar altijd degene die zich als uitvoerder van het aspect daarin ontwikkelt. (*) De Maan zet dus steeds de aspectcombinatie in werking. Daarmee wordt nog eens onderstreept, dat de Maan het algemeen functioneren van de lichaamsprocessen en reactiepatronen beheerst (22.8) en dat functiestoornissen, van welke aard dan ook, tenslotte altijd terug te voeren zijn op de invloed van de Maan.

Omgekeerd heeft van alle bekende planeten Eris tot nu toe de langzaamste omloopbaan (23.10). Voor de andere planeten is zij dus altijd de weerstand. Nader onderzoek moet uitwijzen hoe haar uitwerking als aangrijpingspunt zich voor alle andere planeten in de aspectvorming gaat vertonen. Ook zij wordt daarin toonzettend, zij het vanuit de andere kant, als tijdgeest.

 

 

literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,

tabellen en schema's, blauw gemarkeerde teksten, forum